Winkelwagen

Bloedcirculatie: beter voor hart en bloedvaten


Bloedcirculatie, goed voor hart en bloedvaten

Hartaandoeningen, slechte bloedsomloop, gewichtsproblemen,... uit onderzoek blijkt dat gebrek aan lichaamsbeweging één van de belangrijkste oorzaken is van deze problemen. Als dit samengaat met slechte voedingsgewoonten, kan men kandidaat diabetes worden, verminderde bloedcirculatie krijgen, een beroerte of een hartaanval. Het ouder worden brengt daarbij ook nog opstapeling van vet en andere onzuiverheden met zich mee waardoor bloedvaten en slagaders dichtslibben. Door de beperkte bloedtoevoer naar en vanuit het hart zijn hartaanvallen hiervan het gevolg. Omdat de chi machine door beweging de circulatie verbetert, profiteren aders en hartslagaders van een verbeterde opname van zuurstof, hetgeen weer resulteert in minder verdichte slagaders. Het toestel wordt dus heel veel gebruikt door mensen die lijden aan hartafwijkingen, lymfoedeem, diabetes  en heel wat andere medische aandoeningen. Omdat de chi machine zachtjes masseert en het lichaam beweegt zonder buitensporige inspanning van het hart is het zeker ook heel goed geschikt voor oudere mensen, rusthuizen, thuiszorg...

Hoe komt zuurstof in ons bloed?
Zuurstof komt in het bloed via de longen. Dat is hun voornaamste taak. Ze voorzien zuurstof en verwijderen kooldioxide (ook koolzuur genoemd).
We ademen via de mond en keelholte en de lucht gaat dan via de luchtpijp naar de kleine bronchiën en alveoli waar de gasuitwisseling plaatsvindt. Er wordt gas uitgewisseld in die zin dat er zuurstof (O2) opgenomen wordt in het bloed en koolstofdioxide (CO2) uit het bloed afgegeven door de uitademing.

De luchtpijp verdeelt zich in twee hoofdtakken (hoofdbronchiën). Elke hoofdbronchus vertakt zich in kleinere takken, (bronchiën), die zich telkens weer vertakken zodat tenslotte heel nauwe buisjes ontstaan die bronchiolen worden genoemd. Al deze vertakkingen vormen het beeld van een omgekeerde boom; men spreekt dan ook van de bronchiale boom. De kleinste bronchiolen eindigen in kleine, gesloten, elastische zakjes die longblaasjes (alveolen) worden genoemd. Het bloed wordt naar deze longblaasjes gevoerd door heel kleine bloedvaatjes (haarvaten of capillairen). In de longblaasjes vindt de uitwisseling van zuurstof en koolzuur tussen lucht en bloed plaats.

De longen zijn met het hart verbonden door de longaders en de longslagaders. Het bloed gaat door het lichaam, keert terug naar het hart en wordt door de rechter kamer via de longslagader naar de longen gepompt. Daar gaat het bloed via de slagaders in de longen naar steeds kleiner wordende bloedvaten, die zich op dezelfde manier als de bronchiën vertakken. Tenslotte stroomt het bloed door de kleinste bloedvaatjes, die haarvaten (capillairen) worden genoemd en die gelegen zijn in de membranen die de longblaasjes van binnen bekleden. Haarvaten zijn zo dun dat de rode bloedlichaampjes er één voor één doorheen moeten.

Nadat de gassen zijn uitgewisseld in de longblaasjes, gaat het bloed, dat nu zuurstofrijk is, door de kleinste aders, die zich verenigen tot grotere aders en tenslotte de longaders vormen. De longaders vervoeren zuurstofrijk bloed van de longen terug naar het hart, vanwaar het door het hele lichaam wordt gepompt om alle cellen van zuurstof te voorzien en kooldioxide eruit te verwijderen.